Cowboys in de bouwsector
Een huis schilderen is geen haar verven
1 januari 2019 werd de vestigingswet in Vlaanderen afgeschaft. De beslissing kwam er om de vrije markt volledig te laten spelen. Vandaag heeft iedereen die het wil in Vlaanderen toegang tot het opstarten van een (bouw)onderneming. Het aantal starters is dan wel gestegen, maar dat deed het aantal faillissementen even goed. De roep naar een duidelijk kader in Vlaanderen wordt dan ook steeds groter. Wij gingen in gesprek met Gert Huybrechts, Economisch Adviseur bij Embuild en Twain De Hondt, directeur studiedienst bij Bouwunie.
Even terug naar 2019...
Toen de vestigingswetgeving in 2019 werd afgeschaft, reageerde verschillende sectororganisaties bijzonder kritisch. Gevreesd werd dat de maatregel de deur zou openzetten voor ondernemers die onvoldoende voorbereid zijn om een bouwbedrijf te leiden. Ook veel aannemers en vakmensen voelden zich benadeeld. Zij hadden destijds wel moeten aantonen dat ze over voldoende vakkennis of ervaring beschikten, terwijl die verplichting vandaag volledig verdwenen is in Vlaanderen.
Volgens Bouwunie heeft de lagere instapdrempel ertoe geleid dat meer mensen zonder relevante ervaring of opleiding als zelfstandige aan de slag gingen. Ook buitenlandse zelfstandigen kunnen zich eenvoudiger op de Vlaamse markt begeven, wat volgens de organisatie de concurrentie verder heeft aangescherpt.
Starters die hun bedrijf net over de taalgrens in Vlaanderen vestigen, ontlopen het verplicht aantonen van vakbekwaamheid
Vlaanderen vs. Wallonië vs. Brussel
De afschaffing legt een belangrijke breuklijn vast sinds 2019. De vestigingswetgeving werd toen immers enkel in Vlaanderen afgeschaft. Sinds 15 januari 2024 en 1 oktober 2025 is in respectievelijk Brussel en Wallonië geen bewijs van bedrijfsbeheer meer nodig, maar moet wel beroepsbekwaamheid aangetoond worden. Dit leidt vandaag dan ook tot hogere overlevingsgraden voor bouwstarters dan in Vlaanderen. Het bewijst dat vakkennis ertoe doet, zeker in een sector waar technische kwaliteit en professionele bedrijfsvoering cruciaal is.
"Het is opmerkelijk om vast te stellen dat starters die dicht bij de taalgrens wonen, hun bedrijf net over die grens vestigen. Op deze manier ontlopen ze het verplicht aantonen van hun vakbekwaamheid", zegt Twain De Hondt.
Een gemengd bilan
De afschaffing brengt uiteraard enkele voordelen met zich mee. Zo werd de toegang tot de sector eenvoudiger. De minder formele instapvoorwaarden verlagen de drempel tot het ondernemerschap en dat kan op korte termijn zorgen voor meer nieuwe bedrijven en meer aanbod. "De achterliggende redenering van de afschaffing was duidelijk: de vrije markt laten spelen en vermijden dat vestigingsvoorwaarden een barrière zouden vormen. Toch moet opgemerkt worden dat een vorm van controle het aanbod echter niet verkleint. Dat blijkt uit het aantal startende bedrijven in Wallonië en Brussel, waar nog steeds een vorm van vestigingswetgeving geldt", vertelt Gert Huybrechts.
Toch wegen de nadelen vandaag zwaarder door dan de voordelen. Doordat starters bouwactiviteiten kunnen opstarten zonder voldoende beroepsbekwaamheid, ervaring of bedrijfskennis zijn ze kwetsbaarder voor fouten in kostprijsberekening, cashflow en administratie. Dit zorgt voor een verhoogde kans op faling, zeker in een sector met lage marges en grote financiële risico's.
Kennis blijft noodzakelijk
Het wegvallen van de beroepsbekwaamheid heeft wel degelijk gevolgen voor de kwaliteit van starters. "Vakmanschap is en blijft in de bouw geen bijkomstigheid. Een schilder moet zijn werk technisch correct kunnen uitvoeren, maar ook offertes juist berekenen, werken plannen, veiligheids- en kwaliteitsnormen naleven, eventuele onderaannemers aansturen en verplichtingen tegenover klanten en leveranciers nakomen", gaat De Hondt verder.
De technische evolutie van de sector is hierin nog belangrijker: energie-eisen, renovatieverplichtingen, nieuwe bouwmethodes, digitalisering en strengere normen vragen om permanente bijscholing.
"Een huis laten schilderen is niet zoiets als je haar laten verven. Wanneer een klant bij de kapper niet tevreden is van haar kapsel, gaat die de volgende keer bij een andere kapper. Dat is bij uitgevoerde schilder- of pleisterwerken niet zo vanzelfsprekend. Als een bouwproject niet gaat zoals gepland, riskeert de klant veel geld en tijd te verliezen. De klant moet kunnen vertrouwen op de bekwaamheid van de vakman", klinkt het bij Embuild.
Elke crisis is te veel
(Startende) bedrijven hebben het tijdens elke crisis moeilijk om boven water te blijven. Het aantal faillissementen steeg afgelopen jaren steeds verder en daar zit het volledig openstellen van de toegangspoort naar de sector voor een deel tussen. Al moet ook rekening gehouden worden met enkele crisissen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan. "In 2020 was er de coronapandemie, nadien de start van de oorlog in Oekraïne en momenteel de crisis in het Midden-Oosten. Dat zijn drie crisissen op korte tijd. Bedrijven die minder goed zijn voorbereid om als ondernemer of vennootschap uit te groeien, zullen in zo'n crisissen ook de eerste zijn die overkop gaan, aangezien hun basis (en hun kennis bedrijfsbeheer en -management) niet solide genoeg is", merkt De Hondt op.
DIPLOMA ALS KWALITEITSGARANTIE?
Een belangrijke nuance die moet gemaakt worden is dat een diploma of kwaliteitslabel niet automatisch kwaliteit garandeert. Er zijn immers ook slechte vakmensen die over een diploma of label beschikken en uitstekende vakmensen zonder formele scholing. Ervaring op de werkvloer opdoen is vaak dan ook belangrijker dan theorie. Dit geldt vaak wel enkel voor het praktische deel van het beroep. Daarnaast wijzen voorstanders van de afschaffing erop dat een te streng systeem mensen ontmoedigen om zelfstandig te ondernemen.
Consumentenbescherming
Vaak wordt de vraag gesteld hoe (goed) consumenten beschermd zijn tegen charlatans en cowboys. Vandaag bestaan verschillende instrumenten waar consumenten beroep op kunnen doen, al wordt van de consument wel verwacht een proactieve houding aan te nemen. Zo bestaat de website checkjeaannemer.be. Aan de hand van het btw-nummer kunnen consumenten bijvoorbeeld de jaarrekening checken of bekijken of het bedrijf sociale of fiscale schulden heeft.
Loopt het toch fout? Dan moet de zaak nadien op een goede manier afgehandeld worden. Dan is de Verzoeningscommissie Bouw een goede optie. In deze commissie zitten zowel experten uit de bouw als Testaankoop. Zij zullen oordelen hoe het geschil behandeld moet worden en of er al dan niet fouten gemaakt werden. Op deze manier kan een geschil buitengerechtelijk voorgelegd worden.
Binnenkort komt daar de Consumentenombudsdienst Bouw bij. Voor technische geschillen moesten uw klanten zich richten tot de Verzoeningscommissie Bouw. Voor andere, niet-technische geschillen zoals facturen, meewerken of vertragingen, moest de klant aankloppen bij de Algemene Ombudsdienst of meteen gerechtelijke stappen ondernemen. Minister van Consumentenbescherming Rob Beenders (Vooruit) wil daar komaf mee maken en ervoor zorgen dat consumenten voortaan terecht kunnen bij één centrale, sectordekkende entiteit.
Tot slot is er nog de Wet Breyne (9 juli 1971). Deze wet beschermt particulieren die een woning laten bouwen of een woning kopen die nog gebouwd moet worden, bijvoorbeeld een sleutel-op-de-deurwoning of verkoop op plan. De wet voorziet enkele garanties tegenover consumenten:
- Maximaal 5% voorschot bij de ondertekening van het contract
- Gespreide betalingen: je betaalt enkel naarmate de werken effectief zijn uitgevoerd
- Een vooraf vastgelegde totaalprijs, die slechts onder strikte voorwaarden mag worden aangepast
- Een verplichte financiële waarborg van de aannemer of bouwpromotor, zodat je beschermd bent als die failliet gaat of zijn verplichtingen niet nakomt
- Dubbele oplevering: een voorlopige oplevering, waarbij je gebreken kunt vaststellen; een definitieve oplevering, minstens één jaar later
- Tienjarige aansprakelijkheid voor ernstige gebreken die de stabiliteit of stevigheid van de woning aantasten
Wat zegt de vakman zelf?
Ook ervaren vakmensen voelen de impact. Zij investeerden vaak jaren in opleidingen, stages en ervaring, maar moeten concurreren met mensen die zonder dezelfde achtergrond aan lagere prijzen werken. Dat zorgt voor frustratie in verschillende sectoren. "Wie correct werkt, verzekeringen betaalt en kwaliteitsmateriaal gebruikt, kan onmogelijk concurreren met cowboys die snel beginnen zonder kennis van zaken", klinkt het bij sommige zelfstandigen.
Volgens hen ontstaat zo een race naar de bodem waarbij prijs belangrijker wordt dan kwaliteit. Bovendien vrezen sommige beroepsorganisaties dat het imago van technische beroepen schade oploopt wanneer consumenten negatieve ervaringen hebben met onervaren uitvoerders.

Pleidooi voor een nieuw evenwicht
Een volledige herinvoering van de vroegere vestigingswetgeving achten zowel Bouwunie als Embuild weinig realistisch, onder meer door de Europese regelgeving rond het vrije verkeer van diensten. De organisaties pleiten wel voor een alternatief waarbij elke startende bouwondernemer minstens over een basiskennis bedrijfsbeheer beschikt, aangevuld met voldoende vaktechnische competenties.
"Daarnaast zien we een belangrijke rol weggelegd voor het technisch en beroepsonderwijs. Meer jongeren warm maken voor een bouwopleiding en hen niet alleen vaktechnische vaardigheden, maar ook ondernemerschapskennis meegeven, moet volgens ons bijdragen aan een sterkere en duurzamere bouwsector", sluit De Hondt af.